donderdag 29 juli 2010
Links
Uitgebreid zoeken
Contact
Sitemap
Welkom / Collectie / Rollend materieel / Stoomspuiten

Stoomspuiten

Stoomspuit 'Cerberus'
Merryweather stoomspuit 'de Maas'
Bikkers-stoomspuit Zeist nr. 1
Bikkers-stoomspuit van Roosendaal
Stoommachine 'Jason', bouwjaar 1904
Miniatuur stoommachine, bouwjaar 1979

Stoomspuit 'Cerberus'

De stoomspuit 'Cerberus' is in 1899 gebouwd bij Shand, Mason & Co. in Londen. Op 20 januari 1900 werd de stoomspuit bij de Amsterdamse Brandweer in dienst gesteld op de toenmalige kazerne aan de De Ruyterkade. De machine had compleet f. 10.500 gekost.
Het was de tiende stoomspuit van het korps en de grootste zowel in afmetingen als in pompcapaciteit. De 'Cerberus' woog ruim 5.000 kg. In de brandweerkazerne werd de ketel constant 'op een laag pitje' gehouden. Als het alarm ging, werden snel twee sterke paarden voor de wagen gespannen. Onderweg werd de ketel hoog opgestookt. Dat ging gepaard met grote rookwolken, zodat een met grote snelheid voorbijrijdende stoomspuit een fascinerend gezicht moet zijn geweest.

Ansichtskaart van de Stoomspuit
Ansichtskaart van de Stoomspuit
Na ruim vijfentwintig jaar trouwe dienst werd de 'Cerberus' in reserve geplaatst omdat de Brandweer de beschikking had gekregen over (benzine)motorspuiten. De paarden, die de stoomspuit trouw naar alle grote branden hadden getrokken, werden afgeschaft. In noodgevallen kon de stoomspuit als aanhanger naar een brand worden getransporteerd.
De 'Cerberus' kwam ongeschonden de oorlog door en werd in 1946 definitief buiten dienst gesteld. Vanaf die tijd tot aan het eind van de zestiger jaren raakte de 'Cerberus' een beetje in het ongerede, totdat hij werd herondekt en aan de buitenkant weer werd opgeknapt. Op de eerste internationale brandweertentoonstelling in Amsterdam in 1970 was deze stoomspuit dan ook een fraaie blikvanger.
Ook het 100-jarig jubileum van de Brandweer en de feesten rond het 700-jarig bestaan van Amsterdam werden door de 'Cerberus' opgeluisterd. Na een inzamelingsactie, die op touw werd gezet door een Amsterdamse krant, konden de ketel en machine in 1976 worden gerestaureerd bij de toenmalige scheepswerf van de NDSM in de stad.
Sindsdien kan de 'Cerberus' weer stomen als vanouds, en bewijst hij nog niets van zijn oude glorie te hebben verloren. Bij speciale gelegenheden wordt de stoomspuit weer van stal gehaald om de Amsterdamse Brandweer in het openbaar te vertegenwoordigen.

De werking is in principe eenvoudig: Door middel van een kolenvuur wordt water in een stoomketel tot stoom verhit, waardoor er druk in die ketel ontstaat. Deze druk wordt gebruikt om een drie-cylindrische machine in beweging te zetten zodat een daaraan gekoppelde zuigerpomp het bluswater aan de zuigzijde van de pomp uit 'open water' (een gracht, vijver, enz.) kan aanzuigen en aan de perszijde via slangen en straalpijpen in de brand kan spuiten.
De 'Cerberus' doet bepaald niet onder voor zijn moderne collega's, want hij is nog steeds in staat om 3.400 liter water per minuut bij een druk van 9 bar te leveren. Dat is minstens net zo veel, en soms meer dan wat een moderne autospuit presteert.

Merryweather stoomspuit 'de Maas'

Bouwjaar machine: 1866; de ketel is van 1896. Waarschijnlijk is dit de tweede ketel sinds de nieuwbouw van de machine. Het is wel de oudste in bedrijf zijnde stoommachine in Nederland. In dienst geweest bij de gemeente Rotterdam.

Stoomspuit 'de Maas' in zijn Rotterdamse jaren
In 1991 zijn enkele vrijwilligers begonnen met het wederom bedrijfsgereed maken van deze zeer bijzondere machine.
Het bijzondere aan deze machine is dat de stoomstuurschuiven worden bediend door twee in lengterichting gebogen geleiderstangen. “Twistbar engine”, bij elke slag van een zuiger word de stuurschuif gecommandeerd waardoor stoom wordt gestuurd voor of achter de stoomzuiger. Aan de stoomzuigers zijn de waterpompzuigers gemonteerd die zorgen voor de benodigde wateropbrengst voor het bluswerk. De waterdruk is beveiligd tot 6 bar druk waarna een veiligheidsklep in werking treedt. De opbrengst is 1200 liter per minuut.

De stoomketel, van Bikkers, is in 1993 na de nodige reparaties weer onder stoom gebracht en gekeurd door het Stoomwezen. De werkdruk van 8 bar is gereduceerd tot 6 bar i.v.m de ouderdom van de ketel, maar is ruim voldoende voor demonstraties. De ketel heeft een volume van 100 liter water, de binnenketel heeft 240 koperen pijpen in 2 verticale en 1 horizontaal pakket, wat een vrij verwarmd oppervlak heeft van 11.5 m². De ketel is voorzien van 2 veiligheidskleppen, die in werking treden bij 6 bar stoomdruk. Onlangs is de Maas voorzien van twee nieuwe stoomzuigers wat de werking van de machine zeer ten goede komt. Op 19 april 2000 in door het Stoomwezen de Maas wederom goedgekeurd voor een periode van 2 jaar.

Bikkers-stoomspuit Zeist nr. 1

Stoomspuit nr. 1 van ZeistDeze stoombrandspuit werd in 1897 bij de firma Bikkers in Rotterdam gemaakt. De stoommachine werd met kolen gestookt op een ketel van 60 liter. De zuigerpomp had een capaciteit van 1.200 liter per minuut bij 8 bar. Het apparaat werd getrokken door twee paarden en woog 2.000 kg.

Geschiedenis
De stoomspuit nr. 1 was van 1897 tot 1924 in gebruik bij de gemeente Zeist. Bij alarm werd de spuit bemand door een koetsier en een machinist, die op de bok zaten en een stoker, die achterop stond.
Nadat de machine in 2000 een jaar in de hal van het gemeentehuis in Soest had gestaan, werd in februari de ketel onder toezicht van het Stoomwezen weer voorzichtig beproefd. De laatste keer dat de ketel onder stoom was gebracht, was in 1968, dus de beproeving werd voorzichtig ter hand genomen. De stoommachine bleek uitstekend te functioneren, maar de pomp had nog wat reparatie nodig.

Bikkers-stoomspuit van Roosendaal

In 2004 voegde het Nationaal Brandweermuseum de uit 1913 daterende stoomspuit van Roosendaal aan haar collectie toe. De stoomspuit was gebouwd door A. Bikkers & Zn. te Rotterdam en had een 2-cylinder machine. Het is één van de laatste bespannen stoomspuiten die in Nederland in gebruik genomen is.

Bikkers-stoomspuit van Roosendaal
Nadat een paar keer branden niet geblust konden worden door gebrek aan water, besloot het gemeentebestuur van Roosendaal tot de aanschaf van een stoomspuit. Deze werd bediend door een speciale kern van de aangewezen brandweer, die onder leiding stond van een korps brandmeesters. In januari 1926 werd de stoomspuit ingezet voor een overschot aan water, toen de Roosendaalschen Vliet overstroomde en het centrum van het stadje blank zette. Op dat moment waren overal in het zuiden van het land overstromingen door de hoge rivierstanden.
Naast de stoomspuit had men in Roosenaal één handspuit en later, met de komst van de waterleiding, een paar slangenwagentjes. Toen het college van brandmeesters om een autospuit en een snelle alarmering vroeg, brak er een in 1931 conflict met het gemeentebestuur uit, dat resulteerde in de oprichting van een vrijwillige brandweer en de aanschaf van een autospuit, een draagbare motorspuit en een mechanische ladder en een elektrische alarmschelleninstallatie.
De stoomspuit bleef dienst doen tot na de oorlog. De belangrijkste branden waarbij de stoomspuit werd ingezet, waren die in oktober 1922 in het fabrieksgebouw van de kandijfabriek Van Gilse, de grossierderij in de Nispenschestraat in mei 1931 een bananenpakhuis en breifabriek aan de Kalfsdonkschestraat in juli 1936. Ook tijdens de oorlog is de stoomspuit meerdere keren ingezet, maar werd in 1948 definitief buiten dienst gesteld. Daarna bleef de machine nog jarenlang als mascotte van het korps bij de brandweer. Later ging de stoomspuit naar het brandweermuseum op de Wouwse Plantage en sinds een paar jaar is hij opgenomen in de collectie van het Nationaal Brandweermuseum.

Stoommachine 'Jason', bouwjaar 1904

Drijvende stoombrandspuit heeft van 1904-1963 dienst gedaan in Amsterdam. De blusboot Jason is gebouwd bij de Koninklijke Mij. de Schelde te Vlissingen. De door stoom aangedreven bluspompen waren afkomstig van Ludwigsbergs Werkstad AB te Stockholm en hadden elk een capaciteit van 6000 ltr/min.

Stoommachine van de 'Jason'
Technische gegevens
Bovenbouw 3 cylinder stoommachine, onderbouw 3 cylinder dubbelwerkende plunjerpomp met twee windketels. Capaciteit van 6000 ltr/min. bij een werkdruk van 8 bar.
In de huidige opstelling kan deze machine door middel van een elektromotor in werking worden gesteld, vraag het museum personeel voor een demonstratie.

Bijzonderheden
Op 28 januari 1964 werd het schip voor FL.13.555,00 verkocht aan een sloper in Hendrik-Ido-Ambacht. Op 4 februari werd een laatste poging gedaan om het schip te behouden toen onbekenden het kaapten uit de Stadsreiniginghaven; deze poging mislukte. Een van de twee pompmachines is van de sloop gered en staat nu met het waterkanon in het museum.

Miniatuur stoommachine, bouwjaar 1979

Geschonken aan het Nationaal Brandweermuseum door mevr. Libourel in 1998.

Technische gegevens
Stuward Machine, boring 32 mm, slag 50 mm, vliegwieldiameter 185 mm.
Stoomketel: waterinhoud 3 liter, max. werkdruk 4 bar bij een temperatuur van 140°C.
De ketel wordt gestookt met een butaangasbrander. In de expositieruimte wordt de machine door middel van perslucht aangedreven

 

snelzoeken binnen de site

112 website Ministerie BZK

Nieuws:

Laatste nieuws uit het museum!
Agenda van het Nationaal Brandweermuseum
Gratis toegang voor kinderen onder begeleiding!!
Donateur worden?

Nationaal Brandweer-documentatiecentrum

Stichting Nationaal Brandweermonument

Nieuwsberichten op www.brandweer.nl