Museumbeleid

BELEIDSPLANStichting Brandweermuseum Hellevoetsluis

INLEIDINGHet Nationaal Brandweermuseum is in 2011 opgegaan in het Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI). Het Brandweermuseum in Hellevoetsluis is in juli 2021 zelfstandig geworden toen bleek dat het NVI alleen verder wilde als beheerstichting voor de collectie en zich niet meer wilde bezighouden met de exploitatie van de musea.Het museum gaat nu verder als Stichting Brandweermuseum Hellevoetsluis opgericht 16 juli 2021Het Brandweermuseum Hellevoetsluis is een museum waar de bezoeker de geschiedenis van de Nederlandse Brandweer door de jaren heen kan beleven.In het kader van haar missie en doelstellingen heeft het NVI in juni 2014 een aanvraag ingediend om de status van geregistreerd museum te verwerven. Inde beoordelingvan deze aanvraagwerd vastgesteld dat er inde huidige situatiehet NVI en dus ook het Brandweermuseum beschikt over een:•geschreven collectiebeleid dat is gericht op verwerven, registreren, behouden, onderzoeken en afstoten van de collectie•registratievan alle objecten uit de collectie•doorlopendeklimaatmetingen•UV-werende folie ter beschermingvan de collectie.Onder meer op grond hiervan is de registratie als museum verstrekt.

MISSIE EN POSITIONERINGMissieDe Stichting Brandweermuseum Hellevoetsluis werkt vanuit de volgende visie:“De positie van brandweer verandert. De hulpdiensten groeien naar elkaar toe en werken meer samen in de recent gevormde veiligheidsregio`s. Maar de behoefte aan eigen identiteit blijft van groot belang en zonder verleden is er geen toekomst. Vanuit deze visie is de volgende missie geformuleerd:"Elke Nederlander is medeverantwoordelijk voor een veiligesamenleving. Geen enkele partij kan op zichzelf veiligheid garanderen. Daarom is samenwerking essentieel. De overheid speelt daarin een centrale rol, maar is ook steeds meer afhankelijk van samenwerking met burgers en met bedrijven. Om die gezamenlijke verantwoordelijkheid mogelijk te maken, moet iedereen kennis en inzicht kunnen verwerven over veiligheid, zowel op micro-als op macroniveau. In de maatschappijcommuniceren burgers, overheden, bedrijven en instellingen over Openbare Veiligheid. Die onderwerpen worden doorhet Brandweermuseum Hellevoetsluisin een historisch perspectief gepresenteerdPositioneringHet Brandweermuseum Hellevoetsluisis uniek in Nederland. Het is de plek waar burgers inzicht verschaft wordt in het functioneren van de brandveiligheid door de jaren heen in al zijn aspecten. Het Brandweermuseum Hellevoetsluisgeeft daarbij vanuit een historisch perspectief inzicht in het heden en de toekomst van de brandweerzorg en doet dat door middel van het verzorgen van tentoonstellingen, evenementen, informatieve en educatieve programma`sen virtuele producten.Op het gebied van brandweercollecties is het Brandweermuseum niet het enige instituut die deze beheert, echter welveruithetgrootste. Het Brandweermuseum Hellevoetsluisonderscheidt zichdaarnaastvan deze andere instituten door haar nationale benaderingen haarprofessionelewerkwijze op het gebied van behoud en beheer en het ter
2beschikkingstellen van de eigen collectie-informatie..De andere instellingen, vaak particuliere collecties, zijn meer regionaal of lokaalof juist Internationaal (brandweermuseum Rijssen)gericht

ASSESSMENT HUIDIGE SITUATIECollectievorming en deelcollectiesIn 1918nam deéén jaar oudeKoninklijke Nederlandse Brandweervereniging(KNBV)het initiatieftot het aanleggen van een brandweerverzameling.Er werd een commissie ingesteld die als doel had een zo compleet mogelijk beeld te geven van de brandweerkunde in al haar vertakkingen. Het ging daarbij ook om het verzamelen van voorwerpen van zowel oudheidkundige waarde als van (toenmalige) hedendaagsewaarde.Op advies van de commissie werd besloten een museumcommissie te benoemen en oproepen te doen aan gemeenten, brandweren, leveranciers en fabrikanten van brandweermateriaal om iets af te staan voor een museumverzameling. Direct werd gevolg gegeven aan deze oproep, gravures, herdenkingspenningen, draagpenningen, prentbriefkaarten, brandmeesterstokken en brandweerverordeningen stroomden binnen. In eerste instantie ging het om dit soort kleiner kleinere objecten, prenten en archivalia.Echter langzaam aan werden er ook grotere objecten aangeboden zoals handbrandspuiten. Steeds meer deed zichde behoefte gevoelen om een echt museum op te richten.Met steun van de gemeente Utrecht werd op17 november 1926 het Nationaal Brandweermuseum geopend in het Sint CatharijnConvent. Naast de reeds verworven collectie werd hier de bibliotheek van de KNBV en de collectie van het Gezelschap Utrechts Brandweerondergebracht. Het vaandel van de KNBV kreeg als kostbaar relikwie een ereplaats. Tijdens de 2ewereldoorlogkwam het voortbestaan van de collectie in groot gevaar. De bezetter had behoefte aan koper, lood en andere metalen; materialen die veel voorkwamen in debrandweercollectie. Op initiatief van de voorzitter van de KNBV werd het museum opgeheven ende collectieondergebracht bij diverse brandweren en op zolder bij de gemeentereiniging in Den Haag. Na afloop van de oorlog kon niet meer beschikt worden over de ruimte in het 'Sint Catharijn Convent'te Utrecht en bleef de collectie op de verschillende zolders. Mede onder invloed van de oprichting van een brandweermuseum in Rotterdam in 1954 besloot de KNBV om te trachten het oude Nationale Brandweermuseumnieuw leven in te blazen en huisvesting te zoeken. In 1960 werd hiertoe een commissie opgericht. Een mogelijkheid deed zich voor in Hellevoetsluis waar na de oorlog deMarinewerfwas opgehevenen de lege gebouwen overgedragen waren aan de gemeente. De gemeente was bereid het gebouw dat door de Marine als kuiperij was gebruikteen grote opknapbeurt te geven en om te bouwen tot museum. In 1963 werd het vernieuwde Nationaal Brandweermuseum heropend in verzelfstandigde vorm, namelijk als een Stichting los van de KNBV.Met de heropening van het museum stroomde de schenkingen binnen. Bronnen waren: •de oude “ondergedoken” collecties; •het Rotterdamse museum dat zijn gehele collectie schonk;•schenkingen van particulieren; •in de 60er jaren afgeschreven autospuiten. Geleidelijk aanwerd de kuiperij te klein. Opnieuw was de gemeente bereid te helpen door het belendende gebouw, het “Groot Magazijn”, op te knappen en ter beschikking te stellen.
Dit werd in 1977 geopend. In 1987/88 kreeg het museum opnieuw een grote opknapbeurt en herinrichting, evenals in 2008 omdat het gebouw niet voldeed aan de brandweereisen.Nog steeds worden objecten als schenking of in bruikleen aan het museum aangeboden. Een belangrijke bron van schenkingen vormen erfenissen van oud-brandweerlieden. Het betreft hier uniformen, documentatie en foto’s. Soms komt een collectie als ensemble binnen bijvoorbeeld een verzameling speelgoed brandweerauto’s of insignes. Inde bijlageis een overzicht opgenomen van dedeelcollecties die onderdeel uitmaken van de collectie van het Brandweermuseum Hellevoetsluis.Per deelcollectie is een schatting van het aantal itemsopgenomen.Eigendom De collectie bestaat uit schenkingen en bruiklenen van brandweerkorpsen, gemeenten en particulieren. Ongeveer 1/3 van de collectie bestaat uit langdurige bruiklenen, sommige zelfs vanaf 1925. Fysieke toestand in algemene zin Op het oog is de collectie in een redelijk tot goede staat. Er is echter te weinig deskundigheid in het museum omdat in museale termen vast te stellen. Idealiter zou een deskundigedestaat van de collectie moeten inspecteren.Voorheenis de collectie wel technisch (niet museaal) in een goede staat gehouden door een aantal vrijwilligers die tijdenshunwerkzaam leven technicus, monteur of ambachtsman waren/zijn. Zij droegen zorg vooreen technische restauratie, een restauratie die niet altijd aan museale maatstaven of richtlijnen voldeed. Met het ouder worden van deze generatie vrijwilligers is het aantal technische geschoolde medewerkers de laatste jaren sterk afgenomen. Het wordt ook steeds moeilijker vrijwilligers te vinden die kennis van zaken hebben met betrekking tot de oude blusmiddelen en -voertuigen. Overigens is dit soort knowhow wel beschikbaar, maar moet steeds meer ingehuurd worden. Het museum heeft hiertoe geen middelen,mede door de grote bezuinigingen in 2008/2009. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt de staat van de collectie, met name die van de grotere objecten langzaam af. Deze toenemende achterstand in het onderhoud wordt niet systematisch bijgehouden.

VERZAMELBELEIDHetBrandweermuseum Hellevoetsluis heeft geen formeel verzamelbeleid. In principe beoordeelde/beoordeelt de conservator of iets al dan niet in de collectie past. Tot 2008 accepteerde men in principe alles dat werd aangeboden. Dit passieve verzamelen heeft steeds voorop gestaan bij het collectioneren. Actief stukken collectie zoeken, kwam slechts sporadisch voor en was afhankelijk van de belangstelling van de conservator.In 2008 kwam het museum financieel in zwaar weer en moest het depotruimte afstaan. Als gevolg hiervan is het bestuurgaan ontzamelen. Door het ontbreken van een gericht verzamelbeleid gebeurde dit ongestructureerd. Indien voor een object geen ruimte meer was, werd het afgestoten. Het betrof vooral grote stukken; met name voertuigen. Hoewel de ontzameling niet is uitgevoerdconform het Protocol Afstoting Museale Voorwerpen, trachtte men dit toch zorgvuldig te doen. De af te stoten stukken werden eerst aangeboden aan de vorige eigenaar. Als dezegeen belangstelling had, werd het aangeboden aan andere
4collecties of privé personen. Aldus konden haast allestukkenbehouden blijven.Slechts twee waardevolle stukken moesten worden afgevoerd naar de sloop.Vanaf deze periode is men kritischer gaan verzamelen. Het betreft hier overigens ook na 2008 uitsluitend passiefverzamelen in het verlengde van de aanhoudende schenkingen.Hierbij is de beschikbare ruimte het leidende principe. Wat men niet kan plaatsen verwijst men door naar een ander museum.In dit verband is het een interessant detail dat brandweerauto’s na 1970 moeilijk verzameld kunnen worden omdat deze modernere uitvoeringen te hoog zijn voor het gebouw.Conclusie verzamelbeleidDoordat het Brandweermuseum Hellevoetsluisgeen helder geformuleerd verzamelbeleidheeften haast uitsluitend passief collectioneerde op basis van de inzichten van de conservator van dat moment, is onduidelijk of de collectie een gebalanceerd karakter heeft. Dit is versterkt door het minder gestructureerde ontzamelen dat in de periode 2008-2011 plaats vond. Op basis van hetgeformuleerde verzamelbeleid van het NVI zou onderzocht moeten worden in hoeverre dit deel van de collectie hiatendan wel doublureskent. Voor decollectie geldt dat het verzamelbeleid voornamelijk passief is, waarbij de neigingisalles te accepteren in zoverre dat fysiek mogelijk is. Door problemen met opslagruimte en menskracht is men hierin de laatste jaren selectiever geworden.

REGISTRATIE EN DOCUMENTATIEDe registratie van de collectie van het Brandweermuseum Heelvoetsluiswordt sinds 2005onder handen genomen. Van oorsprong was de registratie vrij onvolledig. Tot ca. 1990 is een papieren registratie bijgehouden, waarinongeveer 2/3 van de collectie was opgenomen. Daarna is er tot 2005 niets meer geregistreerd. Vanaf dat jaar is de registratie opnieuw opgepakt; nu inAdlib. De oude papieren registratie is hierbij als basis gebruikt. Eén vrijwilliger houdt zichsindsdientweedagen per week bezig met dezewerkzaamheden. Op dit moment is 100% van de collectie die in expositie staat geregistreerd, gefotografeerd en gedigitaliseerd. Door de beperkte menskracht gebeurd dit op basisniveau. Op alle objecten die geregistreerd worden, wordt een fysiek nummer aangebracht. Dit gebeurd op museaal verantwoorde wijze met behulp van laklagen. De registratie is nog niet toegankelijk gemaakt via internet. Het voornemen bestaat om dat in de toekomst te gaan doen.Bij de registratie wordt de “papieren” collectie (documenten, foto’s, prenten dia’s) niet meegenomen. Dit omdat er een oude afspraak ligt dat deze collectie onderdelen door het Nationaal Brandweer DocumentatieCentrumgeregistreerd zouden worden. Conclusie registratie documentatieBij de brandweercollectie speelt het volgende:een professionele registratie van de collectie op basisniveau loopt hier achter door een tekort aan deskundige vrijwilligers waardoor de werkzaamheden langzaam vorderen. 

CONSERVERINGOp de locatie waar het Brandweermuseum Hellevoetsluis sinds 1963 is gehuisvestzijn zowel de permanente als de tijdelijke tentoonstellingen ondergebracht, evenals een klein depot. Zoals hierbovenbij de beschrijving van de totstandkoming van de collectieis aangegeven,kent het museum verschillende verbouwingen (1962/63, 1987/88, 2008) . Echter, al deze verbouwingen waren gericht op bouwtechnische onderhoud en niet op het aanpassen aan museale eisen. Metingen in het kader van de preventieve conservering vinden ondertussenplaats en er is geen klimatologische apparatuur geplaatst zoals be-en ontvochtigers . Met opmerkingen [aD1]: haast alle stukken
5Een en ander wil niet zeggen dat de staf zich niet om de conservering van de collectie bekommert.De volgende acties zijnondernomen voorhet behoud van de collectie:•met behulp van de verwarming wordt er voor zorg gedragen dat de temperatuur niet lager dan 15°C komt. In de zomer kan de temperatuur in het museum echtertot± 25°Coplopen, hetgeeneen fluctuatie is, die te groot is voor een gemengde collectie als die van hetmuseum;•het wekelijksschoonmaken van steeds een wisselenddeel van het gebouwdoor een professioneel bedrijf, aangevuld met schoonmaakwerkzaamheden door de vrijwilligers;•het met een zekere regelmaat laten onderzoeken door de gemeente of er ongedierte in het gebouw zit; •het technischlaten onderhouden van het gebouw door de gemeente;•het sluiten van het museum in de winter waardoor het klimaat in het museumgebouw redelijk stabielblijft;•het niet meer starten van de voertuigenom vervuiling en slijtage te voorkomen;•het niet meer organiseren vanevenementen in het museum, waarbij objecten verplaatst moeten worden. In algemene zin kan gesteld worden datin de laatste jaren hetbehoudvan de collectiesteeds meer centraaliskomen te staanin het museumbeleid. Voor wat betreft de beveiliging beschikt de locatie Hellevoetsluis over camerabeveiliging tegen diefstal tijdens openingsuren en inbraakbeveiliging als het museum gesloten is. Tevens is er een brandalarminstallatie aanwezig. Sinds 2016is apparatuur voor het meten van de RV, temperatuur en licht geplaatst en is met het doen van metingen begonnen.

ACTIEVE CONSERVERINGTot de periode van de grote bezuinigingen in 2008 was het beleid gericht op het totin werkende staat restaureren van alle voertuigen en pompen, ook als dit tot ingrepen leidde die historischeniet geheel verantwoord waren. Voor het technisch behoud van demotoren werden deze 1 x per 2 jaar gestart. Dit beleid is nu grotendeels losgelaten. Conserveren i.p.v. restaureren staat nu centraal in het beleid. Alleen als het een meerwaarde heeft worden objecten nog in werkende staat gehouden. Voorbeelden hiervan zijn de voertuigen en pompen die voor demonstraties bij evenementen worden gebruikt. Alle brandstoffen zijn nu uit bijna alle voertuigen gehaald.Dit nieuwe beleid is niet alleen ingegeven door kostenoverwegingen. Ook veranderde inzichten in het behoud van een museale collecties spelen een rol. Het afzien van het regelmatig starten van de motoren van voertuigen en pompen is mede ingegeven door overwegingen op het gebied van preventieve conserveringen veiligheid. 

VERZEKERINGDe collectie is van oudsherwel verzekerd. De verzekering is gebaseerd op een taxatie door een beëdigd taxateur.In 2012heeft een hertaxatie plaats gevonden.De mogelijkheid om vergelijkbare objecten op de markt terug te kopen was de belangrijkste overweging om de collectie te verzekeren.Conclusie conserveringDe staat van de preventieve conservering isdoor hetmetingenduidelijker geworden.Omdat bij het betrekken van deze locaties, dan wel bij verbouwingendaarvan,geen bijzondere aandacht is besteed aandeklimatologische omstandigheden en museale standaarden is het waarschijnlijk dat de situatie op deze locatie verbeteringenbehoeft. Er zijn nog geen lichtmetingen gedaan. Een voordeel is wel dat de locatie door het ontbreken van ramen nauwelijks toetreding van natuurlijk licht kennen. Het aanpassen van kunstlicht,indien dit noodzakelijk blijkt,is met behulp van filtersof LED verlichting in het algemeen gemakkelijker uit te voeren. Op het gebied van de actieve conservering zijn nog redelijk grote achterstanden. Door het in toenemende mate ontbreken van gekwalificeerde vrijwilligers, maar ook door budgettaire problemen,hebben deze achterstanden de neiging eerder toe dan af te nemen.Ook het continueren van het werven draagt hier toe bij.Voor wat betreft het restauratiebeleid is deze gerichtop statisch conserveren i.p.v. restaureren.De collectie is via het NVI verzekerd tegen brandschade.

GEBRUIK VAN DE COLLECTIEDoordat de collectie van het Brandweermuseum Hellevoetsluis nog onvoldoende is ontsloten en gedigitaliseerd is deze nog niet via het internet beschikbaar gesteld. Wel wordt de collectie voor de volgende doeleinden gebruikt:•Het aanvullen/aanpassen van de permanente tentoonstelling en het maken van tijdelijke tentoonstellingen in het museum.•Het ter beschikking stellen van bruiklenen aan collega musea, maar ook aan bedrijven i.v.m.brandpreventiedagen, alsmede aan lokale brandweerkorpsen, die enige historisch objecten in hun kazerne willen.•Het helpen van demente ouderen met het ophalen van herinneringen aan de hand van objecten(zogenaamde reminiscentieprojecten).•Het beantwoorden van vragen van bezoekers. Deze komen van bezoekers aan het museum en via email en de website van het museum.•Het geven van inhoudelijke ondersteuning bij het schrijven van publicaties en het ter beschikking stellen van archief-en beeldmateriaal hiervoor.

ONDERZOEKIn het museumwordt geen onderzoek verricht. Conclusie gebruik van de collectieWe gebruiken decollectie op een publieksgerichte wijze.